Menu
nlenfrde
Sinds 1-1-2018 is dit het schrikbarend aantal kinderen van verstoten ouders:

Als we er niets tegen doen zullen er dit jaar nog eens 910 kinderen de dupe worden van ouderverstoting, dat zijn gemiddeld 2 kinderen per uur!

Ouderlijk gezag en recht op informatie over het kind

Zorgprofessionals zijn verplicht om ouders met gezag te informeren over de geboden hulp aan hun kind. Zij moeten de informatie actief met ouders delen. Misschien vraag je je af hoe het met het beroepsgeheim zit. Ondanks het beroepsgeheim mag bij kinderen tot 16 jaar vrijuit de informatie uit de sessies worden gedeeld met ouders; ouders zijn als het ware deelgenoot van het beroepsgeheim. Tot het kind 16 jaar is hebben ouders ook het recht om het dossier van hun kind in te zien. Vanaf 16 jaar** moet de zorgprofessional eerst toestemming vragen aan het kind voor het delen van informatie met ouders.

In mijn praktijk werk ik strikt volgens deze leeftijdsregels. Met één uitzondering: wanneer ik vind dat de gezondheid en/of de veiligheid van het kind direct in het gedrang is, informeer ik ouders altijd volledig, ook zonder toestemming van hun zoon of dochter. Dit is wettelijk toegestaan (het is mijn zorgplicht!) en ik meld deze uitzonderingsregel altijd voorafgaand aan het traject aan alle betrokkenen. Wat ik overigens ook doe, is dat ik met kinderen vanaf een jaar of 10 bespreek wat ik van plan ben aan hun ouders te vertellen, en of zij hier zelf nog aanvullingen op hebben. Het zal je verbazen welke kwetsbare, ontroerende antwoorden kinderen geven als je vraagt: “Wat vind je dat papa en mama nog écht van jou moeten weten?”.

Ouders zonder gezag

Voor ouders zonder gezag is het net anders. Ook zij hebben recht op informatie over de jeugdhulp aan hun kind — ook als er geen omgang met het kind is! De andere ouder is verplicht de ouder zonder gezag te informeren over “gewichtige aangelegenheden”, zoals belangrijke kwesties over de gezondheid van het kind. De ouder zonder gezag mag zelf ook informatie opvragen bij de betreffende zorginstantie. De zorgprofessional moet die informatie dan geven, maar alleen die informatie waarop de ouder met gezag ook recht heeft (denk bijvoorbeeld aan de leeftijdsregels bij het mogen delen van informatie). Een groot verschil is dat de professional de ouder met gezag actief moet informeren over de geboden zorg aan het kind, maar dat de zorgverlener de ouder zonder gezag alleen hoeft te informeren als hij of zij daar zelf om vraagt (passief reageren dus). Een andere belangrijke regel is dat als de professional vindt dat het delen van de informatie indruist tegen het belang van het kind, met andere woorden: dat het geven van de informatie niet goed zou zijn voor het kind, hij of zij de informatie ook niet hoeft te verstrekken. Verder heeft de ouder zonder gezag geen recht op inzage in het dossier van het kind, tenzij de ouder met gezag (en het kind als het ouder is dan 16 jaar) daar toestemming voor geeft.

Geen gezag: wanneer krijg je geen informatie over je kind?

De rechter kan beslissen dat de ouder zonder gezag geen informatie meer krijgt. De ouder met het gezag kan hierom vragen. Maar de rechter kan dit ook zelf beslissen. Dat doet de rechter als dit beter is voor het kind.

Bronnen

  • Brochure “Gezag, omgang en informatie” van Rijksoverheid, 01-02-2017. (download brochure)
  • Website www.richtlijnenjeugdhulp.nl.
  • Websitehttps://www.rechtspraak.nl/Uw-Situatie/gezag.
  • Websiteschulinck.nl/opinie-jeugd-de-ouder-zonder-gezag-telt-ook-mee, artikel d.d. 20-04-2016.

Geschreven door Drs. Karlijn Pieterse