Menu
nlenfrde
Sinds 1-1-2018 is dit het schrikbarend aantal kinderen van verstoten ouders:

Als we er niets tegen doen zullen er dit jaar nog eens 3413 kinderen de dupe worden van ouderverstoting, dat zijn gemiddeld 2 kinderen per uur!

Het subtiele gereedschap van een verstotende ouder en of diens omgeving.

Veel verstotende ouders komen er niet openlijk voor uit dat zij er met hun acties op gericht zijn de andere ouder uit het leven van hun kind te sluiten. Sommige ouders komen openlijk uit voor hun doel, anderen gebruiken subtielere methoden. Wanneer je denkt dat je alles wel gehoord hebt, komen er altijd nog meer gebruikte methoden aan het licht. Hoewel sommige verstotende ouders maar een paar werkwijzen gebruiken, deze noemen we hier;

Sympathie ...

Verstotende ouders gebruiken vaak de sympathie om de loyaliteit van de kinderen te krijgen. Dit kan zo simpel zijn als “hij/zij laat ons achter zonder geld en geeft helemaal niet om ons”. Sympathie van vrienden en familie is ook belangrijk, omdat de vervreemder dit ziet als loyaliteit, steun en rechtvaardiging voor zijn/haar acties … “Ik huil en mis je verschrikkelijk wanneer je bij de andere ouder blijft”; niet moeilijk om te raden welk gevoel dit geeft aan de kinderen. Een kind wil de ouder niet gekwetst zien. Zij willen niemand kwetsen. Een doelouder zegt meestal niet zoiets, dus de kinderen denken dat alleen de verstotende ouder hen mist en verdrietig is wanneer ze niet bij deze zijn.

Emotionele steun ...

Door een beroep te doen op de emotionele steun van kinderen worden de kinderen loyaal aan de verstotende ouder. Dit gaat ten koste van de andere ouder. Hier zet de verstotende ouder in op medelijden bij de kinderen. Zij gaan reageren met een negatieve houding ten opzichte van de uitgesloten ouder. De kinderen moeten de verstotende ouder ondersteunen en krijgen in veel gevallen het gevoel dat zij de verstotende ouder in de steek laten wanneer ze blijven houden van de afgewezen ouder .

Valse beschuldigingen.

Van mishandeling, bijvoorbeeld. … een van de favorieten. Dit betreft meestal seksueel misbruik tegen de kinderen, en heeft een enorme impact op de onschuldige ouder. Dit heeft vaak tot gevolg dat die ouder de kinderen enige tijd niet, of slechts onder toezicht mag ontmoeten en na verloop van tijd volgen dan gerechtelijke procedures waarop de ouder financieel en emotioneel volledig leegloopt. Aan de andere kant staat de verstotende ouder op de achtergrond en hoopt dat de andere ouder gewoon zal opgeven en weglopen of zal gaan toegeven aan onredelijke eisen, meestal op financieel gebied.

Controle ...

De vervreemder moet de controle hebben en zal bijna alles doen om dat te krijgen. Een voorbeeld is “als je dat doet, kan dit gebeuren (slecht)”, waardoor de kinderen niet anders kunnen dan de beslissing nemen die de vervreemder altijd al wilde.

De kracht van suggestieve opmerkingen … “je zorgt ervoor dat hij/zij voor je zorgt als je er bent, zorg ervoor dat je genoeg eten krijgt en vertel het me als dat niet gebeurt. ” Wanneer een kind dit soort opmerkingen hoort, worden ze onmiddellijk wantrouwig en bezorgd over die andere ouder en zullen zij vaak negatief over hun verblijf bij hen rapporteren aan de vervreemder, wetende dat de vervreemder dit ook verwacht.

Probeert liefde te kopen …

De vervreemder zal hoogstwaarschijnlijk de kinderen voorbereid hebben dat als je ze een cadeau geeft, ze dit niet mogen aannemen of meenemen, omdat hen voorgehouden is: “je kunt onze liefde niet kopen met geschenken” De echte reden hiervan is dat de kinderen zijn gaan denken dat ze

niet van je houden en dat je hun liefde niet ook op deze manier niet kunt veiligstellen. De vervreemder zal hier alles aan gedaan hebben wat in zijn macht ligt, en bovendien een enorme voorsprong hebben genomen, zodat het niet uitmaakt wat je doet; de kinderen weigeren om van je te houden.

Naamsverandering …

De vervreemder zal in veel gevallen proberen om de achternamen van de kinderen proberen te veranderen. Hij/zij laat de kinderen geloven dat hun nieuwe naam een betere naam voor hen is, Of dat uw achternaam een slechte reputatie heeft.

“Behandelt hij/zij en praat hij/zij goed met je” …

Iets eenvoudigs als je stem verheffen op een moment dat dit nodig is, kan voor de kinderen al een indicatie zijn dat zij niet goed behandeld worden. Tegen de tijd dat de vervreemder klaar is met dit item, heb je tegen ze geschreeuwd. De vervreemder zal dingen zeggen als: “als hij/zij tegen je schreeuwde, dan respecteert zij/hij je niet”. Dan is het niet de vervreemder die de beslissing over jou neemt. De kinderen nemen deze beslissing over jou, gebaseerd op wat de vervreemder heeft uitgelegd. Zij zien hierin het bewijs dat je ze niet respecteert of liefhebt. Dit is een favoriete methode die door een vervreemder wordt gebruikt. Zorg gewoon voor een weloverwogen en gerichtte basis voor een beslissing en laat de kinderen een negatieve uitleg maken wanneer het de vervreemder uitkomt. De kinderen zullen geleid

worden naar het inzicht om te voelen dat je hun liefde en genegenheid niet verdient omdat je hen slecht behandelt. Alles wat je zou doen of zou zeggen dat niet perfect is, zal op deze manier tegen je gebruikt worden.

Je familie en vrienden …

In de meeste gevallen zal de vervreemder ook proberen jouw familie en vrienden in diskrediet te brengen …: “zijn / haar broer, je oom, is een dikke alcoholische drugverslaafde die nergens geschikt voor is” … Nu, als dit waar is, kan het een redelijke basis zijn voor een overtuiging. In de hoofden van de kinderen is het zeker waarheid, vooral als de oom dik is, en hoewel de vervreemder de oom niet rechtstreeks heeft benaderd, hebben zij hem in vereniging in diskrediet gebracht. De vervreemder gebruikt een feit om een leugen te versterken. Kinderen zien het feit dat de oom dik is, dus de rest moet waar zijn. Als alle vrienden en familieleden afgekeurd zijn, ben jij dat automatisch ook, in de ogen van de kinderen.

Thuis is waar het hart is …

En terecht. De vervreemder neemt echter elke gelegenheid aan om dit op zijn huis te betrekken en te benadrukken dat het hart van de kinderen echt alleen maar thuis hoort op de plaats van de vervreemder …

“Ben je gelukkiger hier of daar” … kinderen willen niet teleurstellen zodat ze zeg dan maar “hier “zeggen. En als deze procedure maar vaak genoeg herhaald wordt, verwordt deze tot werkelijkheid. “Hier” is op zo’n moment een stuk gemakkelijker voor de kinderen en op die manier is het eindresultaat dat ze zich niet thuis voelen bij de andere ouders. Dus

geen of weinig liefde of gevoel van erbij horen toelaten bij de andere ouder en het beoogde eindresultaat is dat ze er uiteindelijk helemaal niet (meer) willen zijn.

“Als je van ons houdt, wil je gewoon dat we gelukkig zijn” …

En bedenk nu maar eens waar ze denken (gecoacht) dat ze het gelukkigste zijn … Dat zal niet bij jou zijn.

“Als je van ons houdt, wil je gewoon dat we gelukkig zijn en maakt het je niet uit wat de rechter zegt. Je zou ons laten gaan “… Dit is een heel moeilijke, omdat kinderen tegen de tijd dat ze de moed hebben gekregen om iets dergelijks tegen je te zeggen, zodanig intensief gecoacht zijn dat zij zelf echt denken dat dit zo is en dan word jij de slechterik door hen niet te laten gaan. De vervreemder weet dat je niet meer zult verliezen.

Vakanties …

Vertel de kinderen niet waar je ze naar toe op vakantie wilt nemen. Wanneer je dat wel doet, riskeer je dat zij dit aan de vervreemder vertellen en de vervreemder krijgt dan de kans om de gehele gebeurtenis in diskrediet te brengen. Door bijvoorbeeld te wijzen op de gevaren van kamperen, “wees voorzichtig met alle enge spinnen “… uiteindelijk zijn de kinderen helemaal niet enthousiast om mee te gaan. Je hebt de boekingen gemaakt en zij willen niet meer meegaan. Maar je zet de plannen door en gaat en zij zijn boos op u, zelfs nadat zij hun verwachtingen naar beneden hebben bijgesteld en uiteindelijk wel genieten van de vakantie … De boodschap van de verstotende ouder was: “het is gevaarlijk om met kinderen te gaan kamperen” laat de kinderen denken dat jij bereid bent hen in gevaar te brengen, en dus ben jij geen goede ouder.

Ouderverstoting en het netwerk

Geplaatst op 14 april 2015 door Linda Turnervrije vertaling van https://parentalalienation-pas.com/…/the-alienators-tools-…/

 Al met al kun je het als verstoten ouder en aanhang zelden goed doen.

 

Tips:

* Anno 2018 kan niemand erom heen: iedereen die betrokken is bij kinderen in een conflictscheiding horen te weten, erkennen en herkennen dat ouderverstoting bestaat en dat daar tegen op getreden moet worden.

* Landelijk erkend als een zware vorm van kindermishandeling

* Maak een tijdlijn. Vanaf het moment dat jij jouw ex tegen kwam tot aan nu. Met extra aandacht voor:

-De zwangerschap

-Geboorte, hoe waren de eerste weken, wat was jouw rol/houding

-Wellicht splitsing in 2 lijnen; jouw rol als ouder tot aan scheiding

-De relatie tot aan de scheiding

-En dan weer de tijdlijn vanaf scheiding

Tijdlijn aanleggen/Wat moet je wel doen

* Stel je zelf de vraag: welk gedrag heb je in het verleden niet gezien, willen zien, niet op aan gesproken, laten gebeuren?

* Stel jezelf de vraag: wetende wat ik nu weet, wat heeft gewerkt, wat niet?

* En dus ook : wat zou ik anders kunnen doen? (zonder mijn kind onnodig te belasten)

* Negeer jouw ex volledig, ga niet in op provocaties, blijf rustig en vooral heel dicht bij jouzelf.

* Reageer nooit in het moment. Laat een brief/mail/oproep/bevel, alles een paar dagen liggen.

* Reageer dus nooit binnen gestelde termijnen van een paar dagen. Als je dat namelijk doet, dan is dat vanuit jouw emotie zijnde; vechten, vluchten of bevriezen. Geen van allen in belang van het kind. Laat dat derden weten, kunnen ze niets tegen in brengen en jij maakt jouw punt.

* Laat aan iedereen, maar vooral jouw ex weten dat je niet loslaat.

* Blijf in contact de kinderen opvoeden. Onbeschoft/afwijzend gedrag, liegen, bedreigen, uitspelen, daar zal je op elk leeftijdsniveau iets van moeten vinden. Doe jij dat niet, durf jij dat niet, dan ‘ krijgt de verstoter gelijk’ in de ogen van jouw kind.

* Een kind wil opgevoed worden en heeft het liefst respect voor jou! Zorg dus dat je dat respect verdient, niet afdwingt.

* Krijg jij een afwijzende mail, WhatsApp of digitaal bericht? Neem de moeite, zoek het kind fysiek op. Ga desnoods naar de school en roep jouw kind uit de klas en vraag waar dit bericht vandaan komt en of het kind zich realiseert dat dit zo niet kan, jou net zo goed raakt en vraag of hieraan gewerkt kan worden. Gewoon doen!

* Dus; werk aan jouw eigen leven; onderdak, inkomen, sociale omgeving.

* Verlies je niet in slachtoffer gedrag of hulpeloosheid en ga vooral niet shoppen, van de ene coach naar de andere hulpverlener

* Werk nooit mee aan die zogenaamde ‘rust’ . Rust is juist contra productief. Sterker nog, hoe jonger het kind, hoe frequenter het contact. Liever dagelijks een uurtje dan eens per maand een begeleide omgang…..Dit heeft alles te maken met een veilige hechting.

* 10 november 2017 Tavecchio/Stams Congres waarheidsvinding justitionele keten: beleid van rust van de afgelopen 15 jaar is op NIETS gebaseerd. Iedereen terug de schoolbanken in. Breng dat naar voren als ze jou proberen uit te bannen.

* Leer blz. 25 rapport Scheiden zonder schade (22 febr. 2018, Rouvoet) van buiten en confronteer elke professional hiermee! Wetende wat wij nu weten, zijn zij de juiste professionals om met onze kinderen om te gaan? Zijn ze al bijgeschoold of nog steeds bewust handelingsonbekwaam?

* Level met pubers, maak afspraken met die puber (12+) zelf! Houdt daarbij niet strak aan een weekeind regeling, maar stem met elkaar af.

* Voor niets gaat de zon op! Zorg dat de momenten samen immaterieel kloppen. Liever een avontuurlijke boswandeling, dan met de kinderen van jouw nieuwe liefde laten spelen…..

* Ben je bewust dat een kind hier hoe dan ook niet om gevraagd heeft.

* Is er geen fysiek contact? Blijf betrokken, al is het via school en WhatsApp

* Blijf kaarten sturen of kleine leuke cadeautjes. Weet/besef dat elk teken van leven door jou openlijk wordt afgewezen, maar voor het kind stiekem de (perverse) beloning is wetende dat je toch om het kind geeft!

* Laat een kind, kind zijn, dus als die met volwassen meningen komt, zeg dan gerust dat jouw kind zich nu bezig houdt met grote mensen dingen en dat je die eventueel wel regelt met jouw ex.

* Praat niet slecht over jouw ex. Echter; komt het kind met een bepaalde houding of gedrag binnen, wat gekleurd is door jouw ex, maak dat bespreekbaar en leg op kinderniveau (leeftijd) uit, ga niet bagatelliseren/ontkennen/wegwuiven en houdt jouw ex zeker niet de hand boven het hoofd. Het kind zal zich weer belogen voelen, zorg dat jij de betrouwbare factor bent.

* Fouten maken mag! Iedereen doet wel eens iets wat niet handig is. Dat geeft niemand het recht, zeker jouw kind niet, om jou daarop af te wijzen, zo lang het jouw ouderschap an sich niet aantast. Dus treedt daar tegen op.

* Heeft jouw ex moeite om te communiceren? Geeft niet, met gezamenlijk gezag haal jij zelf jouw informatie wel op. Heel veel vaders zijn door de scheiding juist hierdoor meer betrokken dan voorheen!

* Stel je dus niet afhankelijk op, maar neem jouw eigen verantwoordelijkheid en regie

* Stel je netjes voor op school en zorg dat je goed geïnformeerd wordt.

* Kondig niets aan! Wil jij naar de diploma uitreiking? Gaan! Wil jij kijken naar sportprestaties? Gaan! Wil jij jouw kind zien optreden? Gaan!

* Blijf uitnodigen, zeker bij pubers! Nodig spontaan uit; ‘zin om mee een ijsje te eten?’

* Gaat een 18+ kind tegen jou aangifte doen, sta erop dat het voorkomt! Weet dat jij net zo goed recht hebt op een advocaat en dat die een getuigenverhoor kan afnemen.

* Idem bij jouw ex, als die namens het 18+ kind aangifte doet. Kan je beiden apart van elkaar laten horen door jouw advocaat. Tijd voor wat leuke vragen.

* Weet dat jouw advocaat volledig door de gemeenschap wordt betaald bij een sepot/vrijspraak. En als jij netjes binnen de lijnen bent gebleven, is dat de onherroepelijke winst, daar je anno nu natuurlijk volledig ouder mag zijn, dus ook mag uitreiken naar jouw kind.

* Met gezamenlijk gezag: teken niet voor allerlei idiote trajecten of bepaalde medicijnen als jij er niet achter staat. Weet dat elke nitwit zich uit kan roepen tot (kinder)coach en/of iets anders waarbij jij je vragen mag gaan stellen; vul ik hiermee het rugzakje van mijn kind? Welke behoefte wordt nu bevredigd? Munchausen by proxy => ex (zie mij het goed doen…!)?

* Kan jouw ex jou niet luchten of zien, is jouw fysieke aanwezigheid voor jouw ex aanleiding om scenes te veroorzaken, waardoor jouw kinderen belast worden? Meteen ingrijpen; Neem alles op! En laat jouw ex ook weten dat jij alle overdrachten/contact momenten op neemt. Met name jonge vaders: Go Pro op jouw borst!

* Zorgt dat er nog niet voor dat jouw ex ‘ normaal’ gaat doen? Gebruik deze opnames om parallel ouderschap af te dwingen, in plaats van allerlei ellende als mediation en trajecten zoals ouderschap blijft of Kind uit de Knel.

* Weiger dus mee te werken aan kindermishandeling en ex partner geweld (want jouw ex gebruikt jouw kind om jou pijn te doen); mediation/ OTS (onder toezichtstelling), trajecten zoals ouderschap blijft of Kind uit de Knel zijn bewezen contra productief bij conflictscheidingen. Deze voeden namelijk de agressor/verstoter. Ook verlies je hiermee zeer kostbare tijd. Kinderen worden weggehouden, totdat je er geen binding meer mee hebt => lotsverbondenheid.

* Geef aan wat wel zou kunnen werken; MASIC om te kijken of jullie voorsorteren op een conflict scheiding.

* Zit je bij die 15%? Dan wil je enkel maatwerk. Is er die? Ja! Oriënteer je wat er is.

* Zit je bij die 15% en vertrouw je niet op maatwerk? Stel dan het volgende voor:

-Gezamenlijk gezag, uiteraard, punt uit!!!!!

Gezag over minderjarige

-Parallel ouderschap, desnoods wissel van kinderen op neutraal terrein.

Parallel ouderschap

-Communicatie via een schrift of een mailadres waar enkel en alleen over de kinderen wordt gesproken. Reageer niet op misselijke hints!

-Een omgangsregeling op papier, met exacte tijden en ook meteen nagedacht over alle vakanties. Zo duidelijk mogelijk. Dus in de even jaren kerst bij mij, oneven jaren kerst bij jou. Laat daarin ook opnemen dat familiefeesten geëerbiedigd moeten worden niet aanleiding voor weer een procesje.

-Liefst met een boete beding erop.

* Van daaruit ga jij het zelf regelen! Wordt de omgang gefrustreerd? Sinds 15 maart 2018 kan dat niet meer, of je kunt daarvoor aangifte doen, waarop een vervolg moet komen. Art 279 Strafrecht. Onttrekken ouderlijk gezag.

Procedure aangifte artikel 279

-Politie mag aangifte niet weigeren

-15 maart 2018 Staatscourant nogmaals art 279 uitgelegd aan het OM/politie

-9 mei 2018 brief naar Tweede kamer door ministerie J&V; Om/politie moet werk maken van verstotende ouders! Art 279!

-16 mei 2018; minister Sander Dekker benadrukt tijdens het algemeen overleg in de Tweede kamer dat er qua handhaving van de omgang of optreden tegen omgangsfrustratie de wet niet hoeft worden aangepast: er is artikel 279 en het OM/politie moeten gewoon hun werk gaan doen!

Blijft jouw ex bezig en kom je niet in contact? Dan zul je net zo origineel moeten denken als de tegenpartij, zorg dat de waarheid uit komt. Attendeer jouw kind per leeftijdsklasse dat jullie elkaar nodig hebben.

Denk aan de identiteitsontwikkeling van jouw kind! Het is jouw zorgplicht. Bij seksueel geweld of fysieke mishandeling, ja, zelfs verwaarlozing staat iedereen op, maar deze zware vorm van mishandeling, dan moet je maar wegkijken???? Of erger, mee werken?? Dien klachten in tegen ieder die jou de omgang wil frustreren of jouw kind onnodig belast door te bevragen terwijl ze er geen kennis van hebben!

Maak het groot! Cc naar wethouder, nationale en kinderombudsman en ach…jouw burgemeester. Laat je niet intimideren, neem alles op, en dien meteen weer klachten in, die je weer groter dan groot maakt.

Mishandeling stopt pas als wij het een halt toe roepen!

Ouderverstoting lukt ook lang niet altijd. Er zijn ouders die, ondanks alle ellende en pesterijen, toch een goede relatie blijven onderhouden met hun kinderen. Er zijn zelfs kinderen die op een bepaald moment de beïnvloeding zo zat zijn dat ze bij de andere ouder of ergens anders gaan wonen!

Niet elk kind is ontvankelijk voor ouderverstoting. Vaak zijn we er zelf bij!

Heb jij een hechte relatie, kan jij bogen op jaren mooi contact, dan is de kloof zeker zo te overbruggen.

Laat jij je meeslepen en stel jij jouw ego en rechten voorop, dan ga jij verliezen.

Stop met hulpeloosheid en klagen, neem eigen verantwoordelijkheid en laat het zo ver niet komen.

Boodschap naar alle verstoters:

We laten niet los, de waarheid komt uit!

Hoe dan ook en sneller dan dat jij denkt. Dat is onze ouderlijke plicht!

Ouderverstoting (Parental Alienation) is het fenomeen dat een kind (na een scheiding) het contact verbreekt met één van zijn ouders. Het probleem met ouderverstoting is dat er naar het kind wordt gekeken, maar niet naar de werkelijke oorzaak. Ouderverstoting ontstaat namelijk als een narcistische ouder het kind tegen de andere ouder opzet, met het doel om het kind zelf het contact te laten verbreken. Het is een moeilijk te herkennen vorm van emotionele kindermishandeling en dat heeft vergaande gevolgen voor de ontwikkeling van het kind. Ondanks dat ouderverstoting vaak door een moeder wordt ingezet, wordt in dit artikel voor het gemak de hij-vorm gebruikt.

De kern

De kern van het probleem van ouderverstoting ligt niet bij het kind, maar bij een narcistische ouder (borderliner / sociopaat / psychopaat). Met een scheiding wordt een narcist ontmaskerd en hij probeert uit alle macht om dat gezichtsverlies weer af te dekken, door zich achter zijn kind te verschuilen. Een narcist beschouwd zijn kind als een persoonlijke ego boost en een verlengstuk van zichzelf. Hij zal er alles aan doen om het kind na een scheiding bij zich te houden. Dat kan extreme vormen aannemen, van het frustreren van het contact, tot aan valse beschuldigingen van verwaarlozing, mishandeling of zelfs seksueel misbruik. Dat kan ook op een indirecte manier worden gedaan.

Ouderverstoting wordt veroorzaakt door een verborgen hechtingstrauma van een narcist, dat met een scheiding wordt getriggerd. Oude gevoelens van minderwaardigheid en een verlatingsangst komen daarbij naar boven. Een narcist kan niet rouwen en hij zal het verdriet van het trauma gelijk omzetten in boosheid. Die boosheid wordt op de ex-partner geprojecteerd. Hij wordt als dader gezien van de eigen pijnlijke gevoelens. De ex partner wordt door het getriggerde trauma als een bedreiging gezien. Die angst wordt met een lastercampagne op het kind overgedragen, waardoor het kind op zijn beurt ook bang wordt voor zijn ouder. Het kind wordt zo ernstig gehersenspoeld, dat het door een loyaliteitsconflict het contact met zijn liefdevolle ouder ‘zelf’ verbreekt, net zoals de narcistische ouder dat eerder al heeft gedaan.

Rouwproces

Het verstoten van een ouder veroorzaakt een complex rouwproces, dat lijkt op het overlijden van een ouder. Het rouwproces kan alleen niet worden afgesloten, omdat de ouder nog steeds in leven is, en de pijn daarvan wordt elke keer geopend bij het contact met de ouder. Hoe aardiger die ouder is en hoe opener hij is om contact mee te maken, hoe sterker het gevoel wordt uitvergroot. Het kind ervaart bij hem dan nog meer pijn en dat maakt hem alleen maar bozer. De pijn wordt weer minder als hij niet bij hem is en dat levert een vertaalfout van zijn gevoelens op. Door een creatieve misinterpretatie van het gevoel gaat hij denken dat zijn ouder iets verkeerd doet, waardoor hij die pijn ervaart als hij bij hem in de buurt is. Dat verstoorde gevoel wordt ook nog eens bevestigd en versterkt door de narcistische ouder.

Om de pijn van het verstoten van zijn ouder te hanteren, vervalt het kind in een cognitieve dissonantie. Het gaat redenen verzinnen om het verraad te kunnen rechtvaardigen, waardoor zijn ouder het ‘verdient’ om verlaten te worden. Het kind is zodanig gehersenspoeld dat het denkt dat het ‘zelf’ de beslissing heeft genomen om het contact met zijn ouder te beëindigen. Het is een empathie-loze daad, waarbij het lijkt alsof het kind zelf narcistisch is geworden, en dat geeft een enorm schuldgevoel. Het kind kan niet zien dat hij tot de onthechting is gemanipuleerd en dat maakt het erg moeilijk om het contact met de verstoten ouder weer te herstellen. Bij het herstellen van het contact wordt het gestagneerde rouwproces weer opgestart en dan komt de onverwerkte pijn van een dubbele scheiding naar boven.

Bij ouderverstoting wordt de begraven pijn van een narcist op het kind overgedragen, alsof het kind met een virus wordt besmet. Het kind wordt in de rol van het gewonde innerlijke kind van de narcist gedwongen. In dat rollenspel krijgt de andere ouder ten onrechte een rol als misbruiker toebedeeld, maar dat is enkel een paranoïde illusie, om het geopende trauma weer af te dekken met een sluier van ontkenning. Toch blijft niets voor eeuwig verborgen. Het boemerang effect van ouderverstoting is dat manipulaties van een narcist uiteindelijk een keer worden doorzien en dat het recht in zijn gezicht terugkeert.

Stockholm Syndroom

Ouderverstoting is een verkapte kinderdiefstal, waarbij net als bij het Stockholm syndroom, het kind achter gesloten deuren emotioneel wordt gekaapt door een rancuneuze ouder. Het kind wijst een liefdevolle ouder af en gaat het zich hechten aan een misbruikende ouder, waarmee het zelf een hechtingstrauma oploopt. Het ontbreken van één van de ouders, meestal de vader, maakt dat het kind wordt afgesloten van zijn wortels. Dat kan allerlei problemen geven, want de biologische vader is onontbeerlijk om een eigen identiteit te ontwikkelen. Daarnaast is een vader nodig om een zekere hechting en een gevoel van veiligheid op te bouwen. Een kind krijgt een onveilig relatie sjabloon mee. Het krijgt last van codependency, waardoor het zich later in een relatie gaat hechten aan een narcist. Dat kan leiden tot het narcistisch slachtoffer syndroom, een complexe vorm van post traumatische stress.

Copyright – Niels Bagchus

Zin en onzin rondom oa hechting en jeugdzorg

Bezoekregelingen vaak niet diagnostisch bepaald en schadelijk –

Zowel bij uithuisgeplaatste kinderen (onder OTS) als bij gescheiden ouders komt het nogal eens voor dat de bezoeken, de zo belangrijke contacten met de (eerste) ouders en familie, om organisatorische redenen of op onderbuikgevoel ingeperkt worden. Menigmaal wordt er geen rekening gehouden met de behoeften van het kind. Het kind heeft niet alleen een belangrijke latere behoefte diens ouders (duurzaam en onbelast) te kennen voor een goede ontwikkeling in de identiteitsfase, doch ook, zo blijkt uit de wetenschap, is het blijvend kennen , en dus blijvend contact, zeer belangrijk tegen de ziekteverschijnselen die zich ontwikkelen door het weggehouden worden.

Dit grijpt in in de hormoonhuishouding van het kind en het psychisch welbevinden. Er kunnen diverse lichamelijke en psychische klachten ontstaan die zowel (gezins)voogden als pleegzorgers niet kunnen onderkennen. Vaak hebben ze hier geen weet van, en zijn ook niet medisch bevoegd dit te ‘diagnosticeren’ en daarop beleid te maken.

In het in wetenschappelijk artikel van professor medicus Ursula Gresser in het vakblad Neue Zeitschrift für Gamilienrecht 21/2015, getiteld “Mach Kontaktabbruch zu den leiblichen Eltern Kinder krank? Eine Analyse wissenschaftlicher Literatur”, legt ze uit wat wetenschappelijk in recente internationale onderzoeken is gevonden. Het afbreken van regelmatig contact met ouders (of een ouder) maakt kinderen ziek. Deze klachten kunnen zich zelfs voortzetten tot ver in de volwassenheid.

Ziekten als pathogene heimwee, depressie, loyaliteitsconflict- en minderwaardigheidssyndroom (PAS, oudervervreemding), maar ook fysieke klachten, komen te regelmatig voort uit het gebrek aan contact. “Na deze publicatie”, zo zegt Gresser, “kunnen rechters (en het Jugendamt, de gezinsvoogdij) zich niet meer verschuilen door dit kinderbelang te negeren”. Kinderen weghouden bij hun ouders door jeugdzorgbeslissingen of rechterlijke vonnissen wekt heimwee en andere verschijnselen op in het kind: Het Cortisol-gehalte, een stresshormoon, blijkt in pleegsettingen langdurig te hoog, en dit is fysiek schadelijk. Dat bewees reeds in 2002 Mary Dozier ook al. 

Disregulatie

Er treedt disregulatie op, te onderkennen op gedragsniveau (schijngedrag, wrevel, minderwaardigheidscomplex, depressie, agressiviteit, suïcideneigingen, verslaafd-raken, etc.), op emotioneel niveau, en op fysiologisch niveau (bijv. neuro-endocrine disregulatie, neurotransmitters, stresshormoon). Normaal daalt het Cortisol-gehalte van ’s ochtends [ca. 0,3], ’s middags [ca. 0,2] tot bedtijd [ca. 0,05].

Bij pleegkinderen werden zeer afwijkende, zelfs oplopende gehaltes gemeten, meer dan drie maal de standaarddeviatie. Dat is niet gezond.

Gresser vertelt dat dit een druk geeft die er, eerst nog buiten het zicht van de opvoeders en pleegzorg waaraan het kind afhankelijk is, naar buiten komt, vaak pathogeen, ziekteverwekkend. (Vaak wordt een teken van ongenoegen en wrevel rond het bezoektijdstip genoemd als reden om de bezoekfrequentie te verminderen, groter schade veroorzakend). Links over de publicatie: http://jeugdbescherming.jimdo.com/…/wertenschap-kindouder…/

Adoptiewetenschappen

In de adoptiewetenschappen is ook bekend dat kinderen die hun ouders moeten missen later grote problemen kunnen ondervinden van het ‘niet-kennen’. Zoektochten zijn regelmatig frustrerend, en verwachtingen die onbeantwoord blijven drukken de psyche. En daarbij is de FIOM, eens goed voor begeleiding en voorlichting, voor ouderszoekenden wegbezuinigd. Dit fundamenteel zoeken naar de ‘roots’ kan pathogeen werken. Er wordt aanbevolen om zo mogelijk de ouders te laten ‘kennen’, contact te houden met de biologische ouders. Ook wordt aanbevolen om de bezoekfrequentie hoog te houden en voldoende lang om uit het wen-uurtje verder elkaar te ‘kennen’.

Een dagdeel als minimum. Bij kinderen die van hun ouder of ouders gescheiden zijn ligt het percentage op ca. 12 tot 20%. Met deze wetenschap kan beter beleid gemaakt worden. Bij de juridische afweging mogen rechters ook bedenken dat het door pleegzorg aldus geschade kind eens zal onderzoeken waarom het niet thuis mocht wonen. De opgegroeide kan de matige onderbouwing, zonder open en valide diagnostiek, en de beschuldigende redenen waarom de ouders naar wet kennelijk niet goed genoeg zouden zijn, als een diskwalificatie van diens ouders en van zichzelf ervaren.

Zelfs eerder al. De opgroeiende zal zich in de pleeg setting, want vaak wordt een kind keer op keer overgeplaatst tegen het advies van prof. Femmie Juffer (Research Memorandum nr. 6-2010, hoofdstuk 4) in, gaan afvragen ‘waarom het niet thuis mag wonen’, en krijgt redenen te horen over diens ouders. De praktijk leert dat deze ouders worden weggezet alsof ze het kind niet goed zouden opvoeden, het niet kunnen, psychisch ziek zijn, en deze pseudo diagnoses zullen later als ernstige leugens ervaren worden.

Maar ook tijdens de pleegzorg kan het kind gepest worden omdat het niet thuis woont. Pesten is een van de onderschat grote contra-indicaties om tot uithuisplaatsen te komen! Beter is de ‘bedreiging’ weg te plaatsen, en de ouders de ‘hulp en steun’ te leveren (naar BW1:262 lid 1 om naar lid 3 toe te werken). In de praktijk zouden de ouders urgent de juiste en kwalitatief hoogwaardige voorlichting en begeleiding moeten ontvangen van een enthousiasmerende specialist (BIG).

Waar zelfs de jeugdzorg wetenschapper Tonny Weterings (bekend van vele dubieuze de jeugdzorg en rechters beïnvloedende publicaties,http://jeugdbescherming.jimdo.com/kwaliteit/beleid/) vermeldt dat een kind veelal pas na 5 jaren gewend is in een pleegsetting, is de juridische praktijk dat de ouders niet de wettelijke steun en voorlichting krijgen en er al snel intern in de G.I., zonder open diagnostisch onderzoek (ook geen valide interactie-onderzoek), een beleid gevoerd wordt tot niet meer terugplaatsen, of althans de evt. terugplaatsing te ontmoedigen.

Jeugdzorg

Dat jeugdrechters aan het prejudiciëren meewerken ten koste van het kind mag als juridische kindermishandeling benoemd worden.}} Vele beweringen vanuit de ‘jeugdzorg’ zijn niet valide, niet medisch verantwoord. Rechters zijn geen medici, en geloven de ‘professional’ die door het overheidsbeleid daartoe is aangesteld, al is dat beleid onderhevig aan bezuinigingen en te groot personeelsverloop om enige deskundigheid op lager niveau in stand te houden. ‘Jeugdzorg’ zelf is niet hoogwaardig deskundig, want dat zijn medisch beëdigde specialisten die naar hun beroepscode zelf op ópen onderzoeksvragen van ook de ouders (metend) diagnosticeren en tot een meest optimaal hulptraject zouden moeten komen.

Daar lijkt de ‘jeugdzorg’ allergisch voor te zijn; is het mogelijk dat ze angst hebben door de mand te vallen? Zo komt als reden van niet-terugplaatsen dat het kind een ‘hechtingsstoornis’ zou hebben waardoor het niet bij de ouders kan wonen. Zonder gespecialiseerd diagnostisch rapport. Daarover is in het maandblad FJR (Familie & JeugdRecht) 2012/95 (http://jeugdbescherming.jimdo.com/…/fjr-2012-95-over-hecht…/) geschreven dat er echt moet worden gediagnosticeerd (liefst als nulmeting voor de OTS) omdat er diverse oorzaken zijn voor enige mate van onveilige gehechtheid.

In het algemeen worden de bezoekregelingen zonder valide diagnostische reden ‘afgeknepen’. Eerst per week, dan per twee weken of per maand, dan telkens minder. Organisatorische redenen lijken de oorzaak en de leidraad; niet de fundamentele behoefte van het kind Men zou zich mogen afvragen of 12 uurtjes per jaar, telkens een wen-uurtje bezoek dat wordt beëindigd door haastig afscheid nemen zonder aan de verwerking en het wennen van het kind te denken, wel voor een geestelijke gezondheid kan zorgen. Met het kind in ontwikkeling wordt op jeugdzorgniveau te weinig integraal rekening gehouden.

Het is derhalve terecht dat ouders procederen tegen de G.I. om in de eerste jaren Uithuisplaatsing al te werken aan het niet terugkeren. Veel zien we dat de ouders geen juiste voorlichting krijgen op zeer begrijpelijke en concrete schaal wat verbeterd moet worden, en hóé ze dat moeten doen. Wat moeten de ouders onder OTS leren, met welke cursus, of bij welke enthousiasmerende specialist? Eigenlijk zouden gezinsvoogden geen ontheffing mogen inzetten vooraleer zeer meetbaar duidelijk is dat deze hulp en steun (BW1:262 lid 1 ten dienste van lid 3 en IVRK artikel 24 lid 1) heeft plaatsgevonden over de eerste 4 jaren, zwart op wit.

Ook op: https://www.dropbox.com/…/zzz-Bezoekregelingen_Schadend_Ond… in PDF (afdrukbaar; zonder inloggen; klik evt. inlogscherm ernaast weg), of op http://jeugdbescherming.jimdo.com…/schadelijke-beknotte-b…/ . OOK handig: http://jeugdbescherming.jimdo.com/…/fjr-2012-95-over-hecht…/ http://jeugdbescherming.jimdo.com/…/wertenschap-kind-ouder…/(wetenschap over ouders missen) http://jeugdbescherming.jimdo.com/…/misleidende-gezinsvoog…/ http://jeugdbescherming.jimdo.com/…/wat-rechters-niet-will…/ Enz. op http://jeugdbescherming.jimdo.com/ . (bron: Ranada van Kralingen)

zondag 5 februari 2012

Juridisch omgaan met hechtingsstoornis

Voor juristen, advocaten en ouders  http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.com/2012/02/juridisch-omgaan-met-hechtingsstoornis.html

uit deze tekst: 

Het gaat om contacten van maximaal anderhalf uur, vaak zelfs slechts een uurtje. Het kind heeft bij ouder-contact, zeker als dat slechts om de 3 of zelfs 6 weken gebeurt, eerst een wen-uur nodig; het moet eerst weer gaan geloven dat zijn ouders er echt zijn voor hem; en wanneer het –net gewend– opener wordt, is dan te vaak het moment van afscheid gekomen. Wanneer het kind na dit te kort contact weer bij de pleegouders is en zich recalcitrant gedraagt, heet het bij BJZ dat ‘het kind niet gehecht is aan zijn ouders’ ofwel dat zijn ouders opvoedings-onbekwaam zouden zijn. Is het mogelijk dat het kind zich bestraft voelde toen het net gewend was, vanwege de gezinsvoogd afscheid moest nemen?

Het verdient aanbeveling om de ouder-contacten met het kind omwille van de hechting frequent, minimaal één maal per week, te laten plaatsvinden en wel met een duur van mìnimaal 3 uur. Een dag is voor hechting of de kind-ouderband beter (ook bedoeld in BW1:257). Er moet duidelijk en aantoonbaar gewerkt worden aan terugplaatsing.

en: 

Juffer;

Alle kinderen ontwikkelen tijdens hun eerste levensjaar een gehechtheidsrelatie met hunopvoeder(s).Welk gehechtheidsgedrag kinderen ontwikkelen, hangt af van de manier waarop volwassenen op hen reageren en met hen omgaan. Kinderen die gewend zijn steun en bescherming van hun ouders te krijgen, ontwikkelen [veelal] een veilige gehechtheidsrelatie. Deze kinderen leren dat zij kunnen vertrouwen op de beschikbaarheid van hun ouders en gebruiken hen als een 'veilige basis' om de omgeving te verkennen èn als bron van troost en bescherming in stressvolle situaties. Kinderen van wie de ouders regelmatig (emotioneel) niet beschikbaar zijn, zijn vaak onveilig gehecht.  

Hechtingsproblematiek als argument tot voortzetting uithuisplaatsing

https://wagenaaradvocaten.nl/column/hechtingsproblematiek-als-argument-tot-voortzetting-uithuisplaatsing/

https://www.nji.nl/nl/Download-NJi/Wat-werkt-publicatie/(311053)-nji-dossierDownloads-WatWerkt_Hechtingsproblemen.pdf

In deze casus: de grond van de beperkte omgang: kind is gehecht aan pleegvader. Kind moet zich eerst veilig hechten aan pleegvader en dan worden teruggeplaatst. Hoe lang gaat dat duren? De omgangsmomenten zijn een drama voor kind en moeder. Kind huilt en zoekt naar pleegvader. Na een uurtje – moeder heeft kind net een beetje rustig - is het einde omgang. Wat er gebeurt in het hoofd van het kind blijft onduidelijk. Maar duidelijk wordt dat het kind niet goed reageert op moeder.

Hechting krijgt geen kans. Wil Jeugdzorg terugplaatsen? De agenda van Jeugdzorg

Feitelijk krijgen kind en moeder geen kans om aan elkaar te wennen: ruiken, voelen enzovoort. Een moeder/kind band kan niet worden gevormd ten gevolge van de beperkte omgang. Het kind wordt een uurtje gegund bij moeder en wordt dan weg gehaald. Indien Jeugdzorg serieus wil terugplaatsen moet de omgang in frequentie en duur worden opgebouwd en wel zeer voortvarend.

 ..."  Uit onderzoek blijkt daarnaast dat het niet nodig is interventies die gericht zijn op het verbeteren van sensitiviteit van ouders ter preventie van hechtingsproblemen te beginnen voor de geboorte van het kind of in de eerste zes levensmaanden, want dergelijke interventies zijn minder effectief dan interventies die zes maanden na de geboorte starten (Bakermans-Kranenburg et al., 2003).  ...."

Bakermans-Kranenburg, Van IJzendoorn en Juffer (2005) voerden vervolgens een meta-analyse van tien onderzoeken uit, waarin vijftien preventieve interventies gericht op het voorkomen van gedesorganiseerde gehechtheid werden uitgevoerd. Kenmerkend voor een gedesorganiseerd gehecht kind is dat het geen vaste strategie heeft om met stressvolle situaties om te gaan.

Het kind bevindt zich in een dilemma dat de ouder of verzorger zowel een bron van stress als een mogelijk beschermende persoon is. De interventies in de meta-analyse bleken over het geheel genomen niet effectief. Een nadere analyse liet zien dat interventies voor ouders van kinderen ouder dan zes maanden en die gericht zijn op sensitief opvoedingsgedrag wel effectief zijn, wat aansluit bij de eerdere meta-analyse van Bakermans en collega’s (2003). 

Barlow en collega’s (2010) hebben een overzicht gemaakt van 35 overzichtsstudies over effectieve interventies voor psychische gezondheid van ouders en baby’s. Zij concluderen dat er weliswaar een groot aantal interventies is dat geschikt is om depressie bij moeders te behandelen, zoals interpersoonlijke psychotherapie en cognitieve gedragstherapie, maar dat er weinig bewijs is dat deze een positief effect hebben op de moeder-kindrelatie of op de gehechtheid of ontwikkeling van het kind. Zij noemen ook enkele alternatieve interventies die wel een positief effect kunnen hebben op de ouder-kindrelatie: huid-op-huid contact tussen moeder en baby en babymassage.

Deze interventies verbeteren de interactie, gehechtheidsgedrag en gedrag van de baby’s (o.a. minder huilen, beter slapen en ontspanning). 

Voor ouders van kinderen ouder dan een jaar, is het van belang daarnaast aandacht te besteden aan manieren waarop zij hun kind adequaat kunnen disciplineren. Kinderen verwerven vanaf het tweede levensjaar steeds meer autonomie: zij gaan zelfstandig de wereld ontdekken. Daarbij zoeken zij steeds de grenzen op van wat zij mogen en kunnen.

Dit stelt ouders voor nieuwe uitdagingen die soms tot grote opvoedingsproblemen leiden. Het is nodig dat kinderen op deze leeftijd leren omgaan met regels en grenzen. Onderzoek laat zien dat ouders kinderen het beste grenzen kunnen stellen met autoritatieve discipline, dat wil zeggen het aanleren van regels in een sfeer van warmte en genegenheid.

Wanneer ouders echter ineffectief disciplineren en bijvoorbeeld verzeild raken in een negatieve spiraal van dwingend gedrag, hebben zij kans dat een kind onhandelbaar en ongehoorzaam reageert. Daarom is het aan te raden om ouders vanaf het tweede levensjaar van hun kind niet alleen sensitief opvoedingsgedrag te leren, maar ook adequaat disciplineren (Juffer, 2010). 

2.5 Kindermishandeling Geeraert, Van den Noortgate en Onghena (2004) hebben een meta-analyse uitgevoerd van veertig onderzoeken naar de effecten van vroegtijdige ondersteuning van risicogezinnen om fysieke mishandeling en verwaarlozing bij jonge kinderen te voorkomen. De interventies waren gericht op het verbeteren van de kennis en vaardigheden omtrent opvoeding bij ouders. Veel programma’s waren aanvullend ook gericht op bijvoorbeeld gezondheidsbevordering, ontwikkelingsstimulering van het kind of het persoonlijk functioneren van ouders.

De meeste programma’s werden thuis uitgevoerd. De resultaten van deze meta-analyse laten zien dat vroegtijdige interventies effectief zijn in het voorkomen van mishandeling en verwaarlozing en in het voorkomen van risicofactoren die samengaan met kindermishandeling, zoals een gebrekkige ouder-kind interactie en problemen in het functioneren van het kind, de ouders en het gezin.

Dit is van belang, omdat onderzoek aantoont dat kinderen waar sprake is van kindermishandeling, vaak een problematische gehechtheidsrelatie ontwikkelen. Moss en collega’s (2011) onderzochten de effecten van een op de gehechtheidstheorie gebaseerde, kortdurende interventie met video interactiebegeleiding bij gezinnen met een kind tussen de 1 en 5 jaar oud en waar sprake was van kindermishandeling.

Zij keken met name naar de effecten op de sensitiviteit van moeders, de gehechtheidsrelatie en probleemgedrag van kinderen. Na de interventie bleken moeders sensitiever op hun kind te reageren dan moeders in de controlegroep; bleken kinderen in de interventiegroep minder vaak onveilig en gedesorganiseerd gehecht dan kinderen in de controlegroep. Probleemgedrag bleek niet duidelijk af te nemen na deelname aan de interventie.   

Beslissingen over kinderen in problematische opvoedingssituaties Inzichten uit gehechtheidsonderzoek  door  Femmie Juffer, Universiteit Leiden.

https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/Researchmemorandum20106_Beslissingen-over-kinderen-in-problematische-opvoedingssituaties.pdf

Inleiding door Jolande Calkoen-Nauta voorzitter Expertgroep Jeugdrechters:   

Kinderrechters nemen beslissingen die verstrekkende gevolgen hebben voor kinderen en hun ouders. Beslissingen over bijvoorbeeld uithuisplaatsing van een kind, terugplaatsing, of het toewijzen van een kind aan een van de ouders.

Zij baseren hun oordeel daarbij (ook) op rapportages die zijn opgesteld door medewerkers van Bureau Jeugdzorg, de Raad voor de Kinderbescherming of een andere instantie. Kinderrechters moeten op basis van deze schriftelijke en mondelinge rapportages beslissen welke keuze – binnen de bestaande wettelijke kaders – voor het kind de beste perspectieven biedt voor zijn of haar verdere ontwikkeling.

Voor het nemen van gefundeerde beslissingen is er bij kinderrechters behoefte aan actuele kennis over de oorzaken, ontwikkeling en gevolgen van gehechtheidsrelaties van jonge kinderen en kennis over effectieve interventies op dit gebied. Deze kennis stelt de kinderrechter in staat om de gemaakte inschatting van de opvoedingsproblematiek en de voorgestelde adviezen over aanpak of behandeling beter te beoordelen.

Tegen deze achtergrond heeft destijds de Landelijke Werkgroep Kinderrechters (nu Expertgroep Jeugdrechters genoemd) eerst het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) en later het Centrum voor Gezinsstudies van de Universiteit Leiden verzocht om de beschikbare kennis over gehechtheid van kinderen te verzamelen en te beschrijven. 1 Deze notitie heeft als doel kinderrechters te ondersteunen bij ‘evidence-informed’ handelen: het nemen van beslissingen over kinderen in problematische opvoedingssituaties met inachtneming van actuele wetenschappelijke theoretische inzichten en empirische onderzoeksresultaten.

Besproken wordt wat gehechtheid is en hoe het gemeten wordt. Ook komt de praktijk aan bod: de beoordeling van gehechtheid bij jonge kinderen, voorbeelden, valkuilen en misverstanden over gehechtheid, en implicaties voor de praktijk.